Taalkwesties die mij als tekstschrijver opvallen – deel 5

Taalkwesties die mij als tekstschrijver opvallen – deel 5

Bijgewerkt op

Het werd er weer eens tijd voor. Een nieuw deeltje van ‘opvallende taalkwesties’. Niet om anderen aan de schandpaal te nagelen omdat ze een foutje tegen de spelling of grammatica maken. (Ik schrijf zelf veel dus ik maak ook veel fouten.) Maar gewoon, omdat sommige dingen me in het dagelijks taalgebruik opvallen. Niet alle kwesties die ik eerder al in deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4 van mijn rubriek ‘opvallende taalkwesties’ schetste, zou ik trouwens per se fout willen rekenen. Al was het maar omdat taal nu eenmaal leeft en daardoor aan verandering onderhevig is. Het is meer dat deze kwesties – inderdaad – opvallend zijn.

Taalkwesties die mij als tekstschrijver opvallen - deel 5
Leuke poging, maar dit reken ik dus wél fout

Wiens/wier

Wiens en wier zijn restanten uit de naamvaltijd van het Nederlands. Wiens gebruiken we nog vaak. Maar wier, dat slaat op een vrouw of op meerdere personen, herkennen we bijna niet meer.

Oorspronkelijk is grammaticaal juist:
De vrouw wier collega hier werkte.

Maar tegenwoordig lees (en hoor) je ook veel:
De vrouw wiens collega hier werkte.

Als je het goed wilt doen, gebruikt je dus een wat archaïsche constructie. Als je moderner taalgebruik aan wilt houden, maak je een grammaticale fout. (Die je als tekstschrijver zeker wordt aangerekend, geloof me.)

Mijn advies zou zijn om het gebruikt van wiens en wier zo veel mogelijk te vermijden. We hebben hier tenslotte een modernere oplossing voor: van wie.

Der in plaats van haar of d’r

Ja, zo spreek je dit bezittelijk voornaamwoord vaak uit. Maar je ziet het ook steeds meer in geschreven taal. Ze moet der huiswerk nog doen. Ze houdt der feestje als ze klaar is met der school. Het zou eigenlijk ‘haar’ of ‘d’r’ moeten zijn. Misschien heeft het er wel mee te maken dat het meer moeite kost om een apostrof te typen?

Eigenaardig, op z’n minst.

Na jou toe

Na school kom ik na jou toe. Twee keer na, maar in het tweede geval wordt eigenlijk ‘naar’ bedoeld. In het dagelijkse taalgebruik hoor je die r bijna niet, maar in geschreven teksten stoort het me. ‘Na’ geeft een tijdsaanduiding aan en ‘naar’ geeft een richting aan. Heel verschillende zaken dus.

Je leest het ook vaak in deze combinatie: ‘na aanleiding van’.

De gene/die gene

Degene en diegene zijn aanwijzende voornaamwoorden die naar personen verwijzen. Maar hier is ook iets geks mee aan de hand. Ik zie ze steeds vaker als ‘de gene’ of ‘die gene’ geschreven. Met een spatie ertussen, alsof het om een lidwoord en een zelfstandig naamwoord gaat.

Een andere opvallende kwestie is het gebruik van deze voornaamwoorden om dingen mee aan te duiden. ‘Welke telefoon is van jou?’ ‘Degene met het roze hoesje.’ Terwijl we eigenlijk alleen met ‘die’ of ‘dat’ naar dingen kunnen verwijzen.

Mits/tenzij

Deze twee woorden halen veel mensen door elkaar. Ze betekenen echter elk iets heel anders. Het tegenovergestelde, zeg maar. Mits betekent ‘op voorwaarde dat’ en tenzij betekent ‘behalve als’. ‘Ik ga maandag werken mits ik beter ben.’ ‘Ik ga maandag niet werken tenzij ik beter ben.’

Het lijkt geen groot probleem, maar hierdoor kan wel verwarring ontstaan. Bijvoorbeeld: ‘Ik ga sporten mits het mooi weer is.’ Misschien bedoelt degene die het zegt wel dat hij als het mooi weer is liever iets anders gaat doen?

Aan het eind van de dag

Hij bestond vast al veel langer, maar ik kom ‘m nu steeds vaker tegen. Het anglicisme ‘aan het eind van de dag’. Een rechtstreekse vertaling van ‘at the end of the day’, wat aan het eind van de dag gewoon ‘uiteindelijk’ betekent. Maar het klinkt zo lekker cool, hè?

Herken je deze eigenaardigheden in de taal? En heb je zelf nog andere opvallende taalkwesties waar je regelmatig tegenaan loopt? Laat het me weten!

Lees ook nog even dit:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *