Taalkwesties die mij als tekstschrijver opvallen – deel 2

Taalkwesties die mij als tekstschrijver opvallen – deel 2

Bijgewerkt op

Ruim een jaar geleden plaatste ik het blogje ‘taalkwesties die mij als tekstschrijver opvallen‘. Ik noemde er zeven opvallende. Maar ik kom dagelijks nieuwe ‘fouten’ of eigenaardigheden in onze taal tegen. Hoog tijd dus voor een korte update van dit blog.

mini-verassing

Echter aan het begin van de zin

Deze constructie zie ik heel vaak. Een zin begint met echter. Maar dan in de betekenis van ‘maar’ en niet door een komma gevolgd. Bijvoorbeeld: ‘Echter dat is niet de bedoeling.’

Behalve dat ‘echter’ een echt schrijftaalwoord is en het nogal formeel overkomt, staat ‘echter’ bij voorkeur niet aan het begin van de zin. En als het daar dan toch staat, dan moet er in ieder geval een komma achter. Het woord is ook geen synoniem van ‘maar’. Meer weten? Kijk wat Onze Taal hierover zegt.

Naamwoordstijl

Leest moeilijk en vervelend. Maakt een tekst onnodig formeel. De naamwoordstijl, ofwel het vermaken van werkwoorden tot zelfstandig naamwoorden. Daar, ik deed het zojuist, had je me door? Nog eentje dan: het verkopen van rugzakken beschouwen wij als onze belangrijkste dienstverlening. Schrijf gewoon: wij verkopen rugzakken. Da’s korter, duidelijker en makkelijker leesbaar.

Men

Ook schrijftaal, wat mij betreft. Maar ook daar klinkt het (veelvuldig) gebruik van men ouderwets en erg formeel. In de meeste gevallen kun je ‘men’ beter vervangen door ‘je’. En dan nog kun je beter kijken of je die aanduiding niet persoonlijker of duidelijker kunt maken. Te vaak verschuilt men zich – pardon – verschuilen tekstschrijvers zich achter dit soort constructies.

Komen met

Dat een elektronicamerk met een nieuwe tv (op de markt) komt, kan natuurlijk. Maar dat van die tv dan ook gezegd wordt: hij komt met een wifi-verbinding en een slimme menufunctie is natuurlijk een lelijk anglicisme. ‘It comes with’ zeggen de Engelsen en laten we die alsjeblieft niet letterlijk napraten. Hoe dan wel? Nou, bijvoorbeeld gewoon ‘de tv heeft’. Zo eenvoudig kan het zijn.

Te lange zinnen

In mijn vorige blog over taalkwesties maakte ik ook al een opmerking over komma’s, waarmee je een zin steeds maar kunt verlengen. Deze zin viel nog best wel mee toch? Af en toe een komma is prima. Die verhoogt juist de leesbaarheid. Anders wordt het als de zin zo lang wordt dat de schrijver ook niet meer weet waar hij heen gaat. Je ziet dan dat de persoonsvorm niet meer bij het onderwerp past, je krijgt kromme zinnen of wigconstructies. Met andere woorden: de lezer kan er geen touw meer aan vastknopen. En dat geldt in nog belangrijkere mate voor teksten op internet.

Een hele bedoeling

Wanneer mensen zeggen ‘een hele bedoeling’ en ze bedoelen daarmee ‘een heel gedoe’, dan moet het eigenlijk zijn ‘een hele bedoening’. Het is mij opgevallen dat veel mensen het woord ‘bedoening’ niet kennen en ervan uitgaan dat het ‘bedoeling’ moet zijn. Maar dat klopt dus niet. Als je begrijpt wat ik bedoel. Ook hier biedt Onze Taal weer uitkomst.

Jou/jouw en u/uw

Ik ben trots op jouw. Is dit u zoon? Ook meesters en juffen maken zich van tijd tot tijd schuldig aan dit soort fouten, zelfs in rapporten. We zien de voorbeelden regelmatig op Facebook of andere sociale media voorbijkomen en lachen er dan wat om. Terwijl het toch echt niet zo moeilijk is, zou je denken. Het is denk ik vaak te wijten aan slordigheid.

Verassing

Een klassiekertje, maar nog altijd moeilijk uitroeibaar. Menig moeder wordt op haar verjaardag nog altijd ‘verast’ in plaats van verrast. Misschien moeten we eens een grondige verassing van deze taalkwaal proberen?

Wat zijn de taalkwesties waar jij de laatste tijd over struikelde of die je juist deden glimlachen? Laat het me weten in een reactie. Ik ben benieuwd.

Foto: Rutger Smit.

Lees ook nog even dit:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *