Dit zijn de 28 meest gemaakte taalfouten

Ik zal de laatste zijn die beweert nooit taalfouten te maken. Waar gewerkt wordt vallen spaanders, nietwaar? En schrijven beschouw ik wel degelijk als werk. Toch verwachten mensen van je dat je foutloos schrijft. Zeker als je tekstschrijver/copywriter bent. Dat merk ik ook aan de reacties op mijn copyblog. Vaak gaan ze erover dat ik ergens een foutje heb gemaakt (bedankt, maar wat vond je eigenlijk van de inhoud?).

Hoewel ik dagelijks met taal bezig ben, ben ik geen corrector of een neerlandicus. En trouwens: die maken óók fouten.

Wat ik maar wil zeggen: in mijn dagelijkse praktijk kom ik veel taalfouten, spellingfouten en andere opvallende taalkwesties tegen. Echte ‘fouten’ kun je het eens niet altijd noemen, ook al omdat een levende taal nu eenmaal steeds verandert.

Taalkwesties die mij als tekstschrijver opvallen - deel 5
Leuk geprobeerd, maar ik reken ‘m toch fout

Een aantal eerder geplaatste korte blogartikelen die ik in de loop der jaren over opvallende taalfouten en taalkwesties heb geschreven, heb ik nu gebundeld in één volledig vernieuwd artikel met de meest gemaakte taalfouten. Fouten en eigenaardigheden die je elke dag tegen kunt komen.

Hier komen ze.

1. d/t/dt

Om maar meteen met de ergerlijkste meest gemaakte taalfout te beginnen: de klassieke dt-fout. Een t schrijven waar een d moet staat of een dt schrijven waar alleen een d moet staan.

Ik ga hier niet uitleggen wat ‘stam + t’ betekent of dat een voltooid deelwoord nooit met dt aan het einde wordt geschreven, want daar is toch geen beginnen aan. Nou vooruit, een kleine tip: vervang het werkwoord door ‘smurfen’ en je hoort wel of er nog een t achter moet.

Er zijn sites die het veel beter kunnen uitleggen. Twijfel je of je het zelf wel goed doet? Kijk dan eens hier.

taalfouten
Heb jij ook zo’n hekel aan dt-fouten?

2. Welke als betrekkelijk voornaamwoord

Dit is een hardnekkige en tegelijkertijd een van de meest irritante van alle taalergernissen. Voor mij persoonlijk dan, sommigen schijnen ervan te houden. Maar ‘welke’ als betrekkelijk voornaamwoord – hoewel grammaticaal correct – maakt een erg stijve indruk.

Welke: wat is er mis met ‘dat’ of ‘die’? (bron: kunststofkozijn.net)

‘We verkopen kozijnen, welke in vele verschillende materialen te koop zijn.’ In een dergelijke zin verander ik ‘welke’ direct in ‘die’. Ook kom je ‘welke’ tegen als het verwijst naar een het-woord. En dan, beste mensen, dan is het sowieso fout!

3. ‘Ik ben opzoek’

Een opvallende, die ik steeds vaker tegenkom. ‘Ik ben opzoek naar…’ Dat ‘opzoek’ komt natuurlijk van het werkwoord ‘opzoeken’. Maar het is toch echt: ‘ik ben op zoek naar een baan’.

‘Ik ben op zoek’ schrijf je met 2 woorden, tenzij je Opzoek heet (bron: SchoolTV)

4. Spaties tussen samenstellingen

Een klassieker: onjuist spatiegebruik. Er is zelf een platform voor opgericht (sowieso een tip om tijdens een moeilijke werkdag een glimlach op je gezicht te toveren), omdat het niet alleen mij maar ook veel andere taalgebruikers stoort.

De neiging om een spatie tussen een samenstelling te proppen, neemt toe naarmate het woord moeilijker en langer wordt. ‘Laagste prijs garantie’ of ‘lange termijn planning’ zijn bekende voorbeelden. En dan hebben we natuurlijk nog de jaarlijkse ‘zwarte pieten discussie’.

Dat moet natuurlijk gewoon ‘laagsteprijsgarantie’, ‘langetermijnplanning’ en ‘zwartepietendiscussie’ zijn (oké, Zwarte Pietendiscussie mag ook, hoewel we het daar misschien maar beter helemaal niet meer over kunnen hebben).

Begrijpelijk om er een spatie tussen te zetten, maar het is wel fout (bron: Nettorama)

En die kringeltjes onder het woord door mijn tekstverwerker dan, hoor ik je vragen. Die kun je negeren. Zelfs de hoogst opgeleide tekstverwerker weet ook niet dat samenstellingen in het Nederlands altijd aaneen worden geschreven.

5. ‘Die’ als het ‘dat’ moet zijn

Het is bekend als het woordgeslacht in het Nederlands al geruime tijd aan het vervagen is. Voor ‘de’-woorden was dat te verwachten. Aan het lidwoord ‘de’ kunnen we immers niet zien of het een mannelijk of een vrouwelijk woord is. Maar het onzijdige woord is nog goed herkenbaar daar het lidwoord ‘het’.

Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen (bron: Liedjesland)

Toch zie ik het steeds vaker, ook in de communicatie van grote bedrijven, ‘een bedrijf die‘, ‘een proces die’. En ‘een meisje die‘ is zelfs al bijna zo oud als de weg naar Rome. Maar toch zijn ze veel mensen alsnog een doorn in het oog.

Ook veelvoorkomend: naar een het-woord verwijzen met ‘hem’. ‘Ik heb gisteren een boek gekocht en vandaag heb ik hem gelezen’. Het is denk slechts een kwestie van jaren tot we geen woordgeslachten meer hebben.

6. ‘Is’ als het ‘eens’ moet zijn

Kom is hier. Loop is door. Doe is normaal. Aaargh!

Waar je dit vroeger op schrift nog het meest terugzag als ‘ns of es, is het nu dus ‘is’ geworden. Een doorn in het oog van veel tekstschrijvers en kritische taalgebruikers.

‘Ik moet weer is naar huis’ (bron: SchoolTV)

Moet het korter, gebruik dan ‘ns of desnoods ‘s. Maar schrijf niet ‘is’ in plaats van ‘eens’. ‘Is’ is alleen de derde persoon enkelvoud van het werkwoord zijn. Wanneer gaan we dit is anders doen?

7. Hun zijn nog dommer als ons

Ja, er gaat wel meer fout in deze treinramp van een zin, maar hier gaat het me specifiek even om de constructie met ‘als’ wanneer het eigenlijk ‘dan’ moet zijn. Deze klassieke taalfout is inmiddels zo klassiek dat ik ‘m bijna niet meer zie (op schrift). Sterker nog, het neigt tegenwoordig meer naar punt 8.

Hun zijn nog dommer als ons

8. Even groot dan: de hypercorrectie

Vroeger hoorde je vaak ‘groter als’, ‘beter als’ en ‘meer als’. Dat hoor je bijna niet meer. De als-zeggers kregen massaal op hun kop. Helaas zijn we hierin een beetje doorgeslagen. Zo ver dat sommigen denken dat vergelijkingen als ‘hetzelfde als’ en ‘twee keer zo veel als’ óók fout zijn.

Het blijft lastig voor veel mensen (bron: Google)

Maar ‘even groot dan’ moet gewoon ‘even groot als’ zijn. Het verschil tussen een vergrotende trap en een vergelijking gaat hier op. Weet je het even niet meer, kijk dan op Onze Taal. Daar staat het uitstekend uitgelegd.

9. De haar-ziekte

Mogelijk nog frustrerender én hardnekkiger dan het bovenstaande is het misbruik van het bezittelijk voornaamwoord ‘haar’. Wanneer mensen pen of toetsenbord hanteren en gaan schrijven over hun bedrijf of website, dan wordt hiernaar steevast verwezen met ‘haar’.

De haar-ziekte haarfijn uitgelegd (bron: Wikipedia)

Jawel, geef het maar toe. Ook jij wilde het doen. Terwijl ‘bedrijf’ een onzijdig woord is, waarnaar je met ‘zijn’ zou moeten verwijzen. En ook een website of een land is geen meisje. Kennelijk staat het gewichtig als je ‘haar’ mag schrijven bij je eigen organisatie.

10. Komma, komma, punt

Ik lees regelmatig stukken waarvan de zinnen steeds maar worden verlengd met een komma. Een komma is op zich prima, maar af en toe snak je als lezer naar een rustpunt. Durf dan ook gewoon die punt te zetten. Punt. Zeker voor teksten op internet is dit belangrijk. Punt. Niemand wil dan een zin over drie regels lezen. Punt. Je kunt ook overdrijven. Punt.

Een komma kan trouwens ook een redder in nood zijn:

Interpunctie, best belangrijk (bron: Twitter)

11. Bij deze/dezen

Vaak gebruikt in e-mails, om bijvoorbeeld naar een bijlage te verwijzen. De juiste constructie is ‘bij dezen’, een oude naamvalsvorm. Veel mensen herkennen deze (haha, hier klopt het dus wel) echter niet meer, waardoor ze ‘bij deze’ schrijven.

Bij deze of bij dezen? (bron: taaleidoscoop.nl)
  • Bij deze combineert voorzetsel plus voornaamwoord, gelijk aan op ditmet die en zonder dat
  • Bij dezen is een vaste uitdrukking met een oude naamvalsvorm (vandaar die -n) die betekent: hiermee, hierbij, via deze mail/brief

Ik moet toegeven dat ik dit zelf ook lang fout heb gedaan. En het gaat zo vaak verkeerd, dat ‘bij deze’ inmiddels misschien wel goed te rekenen is. Maar het is dus eigenlijk ‘fout’. Maar het echte punt is hier eigenlijk dat het wel een wat gedateerde constructie is. Misschien kun je die maar beter vervangen door een meer eigentijdse uitdrukking als ‘hierbij’.

12. Teveel fouten

Met te veel/teveel gaat het ook vaak fout. Hoewel deze veel voorkomt, vind ik het niet zo’n storende. Teveel gebruik je eigenlijk alleen als zelfstandig naamwoord. Als je in plaats van ‘veel’ ook ‘weinig’ kunt schrijven, komt er een spatie tussen ‘te’ en ‘veel’.

Ik heb weer te veel fouten gemaakt in dit artikel.
Het teveel aan varkens in megastallen zal zich wreken.

13. Me in plaats van mijn of m’n

Me broer, me mobiel, me huis. ‘Me’ als bezittelijk voornaamwoord blijkt geen trend, maar zet door. Het helpt ook niet dat je ‘mijn’ vaak als ‘me’ uitspreekt.

Toch vind ik het in schrijftaal nog steeds storend en onverzorgd staan. Zelfs wanneer je die schrijftaal op Twitter gebruikt. Een beetje aandacht voor de juiste grammatica is toch niet te veel gevraagd? Me dunkt. (Hou op, dat is anders!)

(bron: Google Afbeeldingen)

14. Hun als onderwerp

In dezelfde ergerniscategorie: hun als onderwerp gebruiken. ‘Hun hebben dat gedaan.’ Hun is natuurlijk een bezittelijk voornaamwoord (jaja, óf een meewerkend voorwerp). In andere gevallen gebruik je ‘zij’ (of ‘hen’).

Hen en hun door elkaar gebruiken als het om een meewerkend voorwerp gaat, vind ik trouwens niet zo’n groot probleem (hoewel je het in schrijftaal moet zien te voorkomen). Het verschil tussen de beide vormen is bedacht en daardoor kunstmatig.

Voor sommigen geen probleem, voor anderen een heuse taalergernis: hun/hen (beeld: YouTube)

15. Wiens/wier

Wiens en wier zijn ook nog restanten uit de naamvaltijd van het Nederlands. Wiens gebruiken we nog best vaak. Maar wier, dat slaat op een vrouw of op meerdere personen, herkennen we al bijna niet meer als verbogen vorm van het vragend voornaamwoord ‘wie’.

Wiens wier is dit? (foto: Pixabay)

Oorspronkelijk is grammaticaal juist:
De vrouw wier collega hier werkte.

Maar tegenwoordig lees (en hoor) je ook veel:
De vrouw wiens collega hier werkte.

Als je het goed wilt doen, gebruikt je dus een wat archaïsche constructie. Als je moderner taalgebruik aan wilt houden, maak je een grammaticale fout. (Die je als tekstschrijver zeker wordt aangerekend, geloof me.)

Mijn advies zou zijn om het gebruikt van wiens en wier zo veel mogelijk te vermijden. We hebben hier tenslotte een modernere oplossing voor: van wie.

16. Der in plaats van haar of d’r

Ja, zo spreek je dit bezittelijk voornaamwoord vaak uit. Maar je ziet het ook steeds meer in geschreven taal.

  • Ze moet der huiswerk nog doen.
  • Ze houdt der feestje als ze klaar is met der school.

Het zou eigenlijk ‘haar’ of – desnoods – ‘d’r’ moeten zijn. Misschien heeft het er wel mee te maken dat het meer moeite kost om een apostrof te typen?

Eigenaardig, op z’n minst.

17. Na jou toe

Na school kom ik na jou toe. Waar ga jij na toe? Ik ben naar jou aan de beurt. Geloof je me niet? Google er maar ‘ns op!

In het dagelijkse taalgebruik hoor je die r bijna niet, maar in geschreven teksten stoort het me meer dan ik toe wil geven. ‘Na’ geeft een tijdsaanduiding aan en ‘naar’ geeft een richting aan. Heel verschillende zaken dus.

Na’ toe is toch ook al oud, getuige deze tekst uit 1914 (maar dan wel in een dialoog) (bron: EW)

Je leest het ook vaak in deze formele combinatie: ‘na aanleiding van’, wat zo mogelijk nog bevreemdender is.

18. De gene/die gene

Degene en diegene zijn aanwijzende voornaamwoorden die naar personen verwijzen. Maar hier is ook iets geks mee aan de hand. Ik zie ze steeds vaker als ‘de gene’ of ‘die gene’ geschreven. Met een spatie ertussen, alsof het om een lidwoord en een zelfstandig naamwoord gaat.

Een andere opvallende kwestie is het gebruik van deze voornaamwoorden om dingen mee aan te duiden. ‘Welke telefoon is van jou?’ ‘Degene met het roze hoesje.’ Terwijl we eigenlijk alleen met ‘die’ of ‘dat’ naar dingen kunnen verwijzen.

19. Mits/tenzij

Deze twee woorden halen veel mensen door elkaar. Ze betekenen echter elk iets heel anders. Het tegenovergestelde, zeg maar. Mits betekent ‘op voorwaarde dat’ en tenzij betekent ‘behalve als’. ‘Ik ga maandag werken mits ik beter ben.’ ‘Ik ga maandag niet werken tenzij ik beter ben.’

Tenzij, mits, maar, snap jij het nog? (bron: tegelizr.nl)

Het lijkt geen groot probleem, maar hierdoor kan wel verwarring ontstaan. Bijvoorbeeld: ‘Ik ga sporten mits het mooi weer is.’ Misschien bedoelt degene die het zegt wel dat hij als het mooi weer is liever iets anders gaat doen?

20. Jou/jouw en u/uw

Ik ben trots op jouw. Is dit u zoon? Ook meesters en juffen maken zich van tijd tot tijd schuldig aan dit soort fouten, zelfs in rapporten. We zien de voorbeelden regelmatig op Facebook of andere sociale media voorbijkomen en lachen er dan wat om. Terwijl het toch echt niet zo moeilijk is, zou je denken. Het is denk ik vaak te wijten aan slordigheid.

Advertentie (bron: Marktplaats)

21. U en je door elkaar heen

Oké, dit is eigenlijk ook geen taalfout. Maar een stijlfout. De verwarring tussen u/uw/jou/jouw is één. Minstens zo opvallend is het gebruik van u en je in één en dezelfde tekst. Soms zelfs binnen één zin.

Bij de teksten die ik onder ogen krijg om te redigeren zie ik deze kwestie heel vaak terugkomen. In principe maakt het niet uit of je kiest voor u of voor jij. Maar wees wel consequent. Dat staat veel professioneler.

'Meneer' en 'jou' bij Anderzorg
‘Meneer’ i.c.m. ‘jou’ bij Anderzorg (bron: e-mail Anderzorg)

22. Een hele/saaie/pijnlijke bedoeling

Wanneer mensen zeggen ‘een hele bedoeling’ en ze bedoelen daarmee ‘een heel gedoe’, dan moet het eigenlijk zijn ‘een hele bedoening’. Het is mij opgevallen dat veel mensen het woord ‘bedoening’ niet kennen en ervan uitgaan dat het ‘bedoeling’ moet zijn. Maar dat klopt dus niet. Als je begrijpt wat ik bedoel. Ook hier biedt Onze Taal weer uitkomst.

Pijnlijk inderdaad, voor de Volkskrant (bron: Volkskrant)

23. Zweervol

Zweervol, juist ja (bron: TripAdvisor)

Eerst dacht ik nog dat het een grap was. Een woordgrapje van een taalkunstenaar. ‘Zweervol’ waar je sfeervol bedoelt. Inmiddels weet ik dat dit thuishoort in de categorie ‘een hele bedoeling’ wanneer mensen ‘een hele bedoening’ bedoelen. Volg je het nog?

24. Ben in plaats van wees

Wie weet nog wat de gebiedende wijs van het werkwoord zijn is? Het werkwoordgebruik bij ‘ben je er klaar voor?’ is officieel anders dan bij ‘ben er klaar voor!’ Bij de gebiedende wijs hoort het eigenlijk ‘wees’ te zijn.

Maar ik vrees dat ik een van de weinigen ben, die er zo over denkt. Want dit zie ik eigenlijk zelden in de juiste vorm voorbijkomen. Waarbij je je dus kunt afvragen wat die juiste vorm dan eigenlijk is.

Volgens Onze Taal is alleen ‘wees’ juist als gebiedende wijs van zijn (bron: Google)

25. Echter aan het begin van de zin

Deze constructie zie ik ook heel vaak. Een zin begint met echter. Maar dan in de betekenis van ‘maar’ en niet door een komma gevolgd. Bijvoorbeeld: ‘Echter dat is niet de bedoeling.’

Zo is echter goed gebruikt (bron: Ensie)

Behalve dat ‘echter’ een echt schrijftaalwoord is en het nogal formeel overkomt, staat ‘echter’ bij voorkeur niet aan het begin van de zin. En als het daar dan toch staat, dan moet er in ieder geval een komma achter. Het woord is ook geen synoniem van ‘maar’. Echter zo wordt het wel vaak gebruikt.

Meer weten? Kijk wat Onze Taal hierover zegt.

26. Hier erger ik me toch wel aan

Zo gebruik je ‘m goed. Maar je hoort en je leest vaak ‘ik irriteer me aan’. En irriteren kun je alleen zo gebruiken: ‘dat irriteert me’. Anders erger je je dus gewoon. Beseffen is trouwens net zo’n geval.

Wederkerend werkwoord, moeilijk hè? (bron: nederlandsetaal.eu)

27. Dit schrijf je zoiezo fout

Of zowieso, zowieso, zo wie zo en andere varianten. Tja, we zullen het er maar op houden dat het een Duits woord is en dat het daarom sowieso lastig blijft. De Vlaamse overheid adviseert het niet te pas en te onpas te gebruiken, vanwege de vage betekenis.

De spelling can sowieso (bron: vlaamseoverheid.be)

28. Verassing

Geen verrassing dat deze ook in de lijst staat. De verassing is namelijk moeilijk uitroeibaar. Menig moeder wordt op haar verjaardag nog altijd ‘verast’ in plaats van verrast. Misschien moeten we eens een grondige verassing van deze taalkwaal proberen? Nou ja, het levert in ieder geval steeds weer leuke plaatjes op sociale media op.

De ‘verassing’ is ook een klassieker

Andere ‘problemen’ met teksten

Dat waren de meest gemaakte taalfouten die ik tegenkom. Maar buiten deze min of meer echte fouten, kom ik minstens zo vaak andere problemen met teksten tegen. Hieronder schets ik een paar van de meestvoorkomende.

Naamwoordstijl

Leest moeilijk en vervelend. Maakt een tekst onnodig formeel. De naamwoordstijl, ofwel het vermaken van werkwoorden tot zelfstandig naamwoorden.

Daar, ik deed het zojuist, had je me door? Nog eentje dan: het verkopen van rugzakken beschouwen wij als onze belangrijkste dienstverlening. Schrijf gewoon: wij verkopen rugzakken. Da’s korter, duidelijker en makkelijker leesbaar.

Ofwel het maken van een zelfstandig naamwoord van een werkwoord. Zag je het? Daar dit ik het zojuist. Het genieten van… Het krijgen van… Je ziet het steeds vaker. Het wringt in je oog als je het leest. Want het hebben van naamwoordstijl maakt het lezen (foei!) zo veel moeilijker en krampachtiger.

Men

Ook schrijftaal, wat mij betreft. Maar ook daar klinkt het (veelvuldig) gebruik van men ouderwets en erg formeel. In de meeste gevallen kun je ‘men’ beter vervangen door ‘je’. En dan nog kun je beter kijken of je die aanduiding niet persoonlijker of duidelijker kunt maken. Te vaak verschuilt men zich – pardon – verschuilen tekstschrijvers zich achter dit soort constructies.

Komen met

Dat een elektronicamerk met een nieuwe tv (op de markt) komt, kan natuurlijk. Maar dat van die tv dan ook gezegd wordt: hij komt met een wifi-verbinding en een slimme menufunctie is natuurlijk een lelijk anglicisme.

‘It comes with’ zeggen de Engelsen en laten we die alsjeblieft niet letterlijk napraten. Hoe dan wel? Nou, bijvoorbeeld gewoon ‘de tv heeft’. Zo eenvoudig kan het zijn.

Aan het eind van de dag

Een echte taalfout is het niet. Maar ik kom ‘m nu steeds vaker tegen. Het anglicisme ‘aan het eind van de dag’. Een rechtstreekse vertaling van ‘at the end of the day’, wat aan het eind van de dag gewoon ‘uiteindelijk’ betekent. Maar het klinkt zo lekker cool, hè?

En sommige taalkundigen vinden het ook gewoon een verrijking van de taal (bron: Trouw)

Te lange zinnen

Af en toe een komma is prima. Die verhoogt juist de leesbaarheid. Anders wordt het als de zin zo lang wordt dat de schrijver ook niet meer weet waar hij heen gaat en je ziet dan dat de persoonsvorm niet meer bij het onderwerp past, je krijgt kromme zinnen of wigconstructies; met andere woorden, de lezer kan er geen touw meer aan vastknopen.

Oké. Die zin was een beetje te lang. En dat geldt in nog belangrijkere mate voor zinnen op internet.

Apostrofs wanneer ze niet nodig zijn

Apostrofs bij woorden als cadeaus en bureaus (cadeau’s en bureau’s) kom al lange tijd voor. Maar je ziet ze ook steeds meer bij woorden als taartjes of tablets (taartje’s en tablet’s). De basisregel is natuurlijk dat er alleen een apostrof komt als er verwarring over de uitspraak kan ontstaan.

Overdreven gebruik van schrijftaal

In het algemeen: wanneer er iets op schrift moet komen, schieten veel schrijvers in een kramp. Typische schrijfwoorden en schrijfconstructies vloeien als vanzelf uit het toetsenbord. Schrijftaal die een tekstschrijver uiteindelijk weer moet redigeren tot spreektaal.

Een tip? Lees je tekst hardop voor. Dan hoor je vanzelf of je een vloeiend verhaal hebt geschreven dat ook zo uit je mond zou komen.

Te veel herhaling

Begrijp me niet verkeerd. In commerciële communicatie is herhaling juist goed. Niet voor niets is het onderwerp ‘herhaling’ een van de belangrijkste lessen in mijn Cursus Copywriting in 30 Dagen. Ook op websites heb je herhaling nodig, om de simpele reden dat een website niet als een brochure wordt gelezen.

Maar te veel herhaling binnen dezelfde tekst is niet alleen vervelend, maar ook een onderschatting van je lezerspubliek. Laat je tekst daarom altijd even liggen om ‘m daarna nog eens goed door te lezen. Door te schrappen maak je je teksten een stuk sterker.

Overduidelijke SEO-teksten

SEO staat voor zoekmachineoptimalisatie. Hoewel al lang duidelijk is dat Google en andere zoekmachines een overzicht willen geven van alleen de beste resultaten in Google, proberen veel SEO-prutsers nog steeds met spamtrucs bovenaan in de lijstjes te komen. Dat werkt misschien ook nog op de korte termijn, maar op de lange termijn zul je eerder onderaan belanden.

Over-optimalisatie ligt op de loer
Over-optimalisatie ligt op de loer (bron: kidsblend.nl)

Teksten doorspekt met zoekwoorden lezen namelijk allesbehalve lekker en zullen de bezoeker zeker niet lang op de pagina doen blijven. Helaas zie je dit soort teksten nog maar al te vaak op internet. Optimaliseren voor bezoekers is natuurlijk oké, maar over-optimaliseren om zoekmachines om de tuin te leiden zou ik niemand willen aanraden.

Onnodig gebruik van Engelse termen

Soms zijn er moeilijk Nederlandse woorden te vinden die precies hetzelfde betekenen. Bijvoorbeeld bij ‘copywriter’ en ‘tekstschrijver’. Je zou kunnen denken dat ze precies hetzelfde betekenen, maar toch zit er een (subtiel) verschil in.

Hierbuiten wil ik pleiten om toch zo veel mogelijk de Nederlandse woorden te gebruiken. Vaak zijn er prima Nederlandse alternatieven, waar klakkeloos voor het Engels wordt gekozen.

Te veel Engelse woorden (‘cutting edge’, ‘market-leading’ en ‘state-of-the-art’) maken een tekst niet leesbaarder, integendeel. Bovendien kan het al snel de kant van ‘management-blabla’ op gaan, en dat wil je voorkomen.

Zie ook de Marketing Bullshit Bingo van FrankWatching.

Clichés

Clichés waren ooit goede vondsten, maar werden vervolgens zo vaak gebruikt dat ze nu hol en versleten zijn. Iedereen gebruikt clichés, vooral in spreektaal, maar ook in schrijftaal.

Ze zijn ook niet per definitie slecht, maar het is wel goed om je er bewust van te zijn dat je ze gebruikt. Clichés kun je vaak vervangen door een andere constructie die wél beklijft. Communicatie is in feite een continue strijd tegen de clichés.

Waarom zijn taalfouten eigenlijk erg?

Nou, dat waren de meest voorkomende taalfouten en andere taalkwesties die mij elke dag opnieuw opvallen. Natuurlijk zijn er nog veel meer, want we gebruiken nu eenmaal veel taal. Maar we moeten ergens een lijn trekken.

Dan vraag je je misschien nog af: zijn taalfouten eigenlijk zó erg? Daar zijn verschillende meningen over. Sommigen zeggen: het maakt niet uit, als je elkaar maar begrijpt. Anderen zijn van de school: taalfouten zijn een doodzonde voor schrijvers.

De waarheid ligt waarschijnlijk (zoals altijd) ergens in het midden. Taalfouten kunnen best wel meevallen of bijzonder storend zijn. Door taalfouten wordt een tekst heel soms onbegrijpelijk. En er zijn altijd mensen die afhaken vanwege taalfouten.

Maar nog belangrijker volgens mij: taalfouten, spelfouten (of typfouten) staan voor slordigheid. Als je op de homepage of in een brochure van een bedrijf meteen een paar taalfouten aantreft, ga je toch twijfelen over de manier waarop het bedrijf jouw probleem op gaat lossen. (En zeker als de fouten op de website van je tekstschrijver staan, ik weet het.)

Kortom: het is toch maar het beste om ze te vermijden.

Aan welke taalfouten of taaleigenaardigheden erger jij je? Laat het me weten in een reactie hieronder (en nu verwacht ik als eerste een reactie over een taalfout die ik in dit blogartikel heb gemaakt, want zo zijn jullie 😉 ).

Dit vind je ook interessant

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
2 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Patrick

Ik denk dat er een veel voorkomende ontbreekt..

Te allen tijde

Zelden is dit juist geformuleerd, en zie ik: ter alle tijde bijvoorbeeld..
Leuk artikel!!