Wat je van Geert Wilders kunt leren over tekstschrijven

Wat je van Geert Wilders kunt leren over tekstschrijven

Geert Wilders. Of je nu met zijn politieke visie instemt of niet, vriend en vijand zijn het hier wel over eens: Wilders is een meester in taal. In speeches en interviews gebruikt hij vrijwel continu effectieve stijlfiguren die zijn politieke tegenstanders verbluffen, ergeren of boos achterlaten. Zijn laatste woord in de ‘minder-minder-zaak’ werd zelfs door de grootste Wilders-haters als indrukwekkend omschreven. Als je beter wilt worden in tekstschrijven (en dat wil je), kun je veel leren van hoe de ervaren tekstschrijver Geert Wilders zijn formuleringen kiest.

Wat je van Geert Wilders kunt leren over tekstschrijven

‘Doe eens normaal, man!’

Deze uitspraak van Wilders was een reactie op Mark Rutte, tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in september 2011. Wilders brak hiermee bewust met het formele taalgebruik dat in de Tweede Kamerlid wordt verwacht. Het was geen slip of the tongue, maar een bewust toegepaste stijlbreuk van de man die de ‘taal van het volk’ spreekt. Het lokte ook een reactie uit van Rutte: ‘Doe eens normaal? Doe zelf normaal.’

‘Kopvoddentaks en asielstunami’

Geert Wilders doet als geen ander aan framing. Daarvoor bedenkt hij vaak zelf nieuwe woorden. Overbekend zijn neologismen als asieltsunami (meer dan 7.300 treffers op Google), kopvoddentaks (meer dan 5.000 treffers op Google), tuindorp (8.400 treffers), bedrijfspoedel (3.400 treffers, tegen Job Cohen, die volgens Wilders aan het lijntje van Rutte I zou lopen). En natuurlijk ‘Henk en Ingrid’ (38.500 treffers op Google), Wilders’ ideaalbeeld van een doorsnee echtpaar. De neologismen van Wilders zijn vaak zo goed getroffen dat ze massaal door anderen – zelfs politieke aartsrivalen als Alexander Pechtold – worden overgenomen.

‘Meer of minder Marokkanen’

Door het ‘minder-minder-proces’ dat nu actueel is, is deze uitspraak nog wel het bekendst geworden. Geert Wilders stelde na de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart 2014 de volgende vraag aan zijn publiek: ‘Dus ik vraag aan jullie, willen jullie in deze stad en in dit land, meer of minder Marokkanen?’ Deze vraag stelde hij nadat hij twee eerdere vragen over de Europese Unie en over de Partij van de Arbeid had gesteld. Waarop het antwoord van het aanwezige publiek hetzelfde luidde.

Naast de anafoor (de herhaling van dezelfde woorden aan het begin van opeenvolgende zinnen) en algehele retoriek van de toespraak inclusief het gescandeer van ‘minder, minder’ door het publiek, past hij hier heel effectief alliteratie toe. ‘Meer of Minder Marokkanen’. Drie van de vier woorden beginnen met een ‘M’. ‘Meer of Minder Belgen’ was alleen al daarom een stuk minder krachtig geweest. ‘Meer of Minder criminele Marokkanen’ had hem weliswaar een rechtszaak bespaart, maar is qua alliteratie lang niet zo sterk.

Taalvondsten

Er zijn ontelbare voorbeelden. Zo houdt Wilders ook van de hyperbool, de overtreffende trap, metaforen, oorlogsvergelijkingen en beledigingen, waarmee hij zijn politieke opponenten om de oren slaat.

‘Dit land schreeuwt om lagere belastingen. Dit kabinet is een ramp voor Nederland. De grenzen helemaal dicht. Veel Nederlanders zijn het spuugzat. Wij capituleren nooit. De Nederlandse overheid blaast de aftocht.’

Wil je hierover meer lezen, dan raad ik je dit artikel over de taal van Geert Wilders aan.

Voor zijn gebruik van de Nederlandse taal ontving Wilders in het verleden onder ander de Klare taal-prijs en de Debatprijs. Ook werd hij meermaals uitgeroepen tot Politicus van het Jaar.

Volgens sommigen is Wilders’ adjudant Martin Bosma de grote man achter de vele taalvondsten. De ronkende retoriek in de toespraken van Geert Wilders zou vooral Bosma’s werk zijn. De uitspraak ‘wie de taal beheerst, domineert de discussie’ wordt ook aan Bosma toegeschreven.

Bronnen: Taalkalender Onze Taal, Wikipedia, taalkliniek.nl, beeld: YouTube.

Lees ook nog even dit:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *